Column: De Toevallige Ontmoeting

Woorden

De Toevallige Ontmoeting

Lente, 2021, Halle

Aan al diegenen die er toevallig (niet) bij waren op 13 maart 2021. 

Maar vooral aan Ruud voor zijn luisterend oor, voor de spiegel die hij mij voorhield en om mij aan te zetten te schrijven.  In wezen gaat deze bijdrage over (niet) goed genoeg zijn, gezien worden, je durven laten zien en meedeinen op de golven van het leven.

Dit verhaal is gebaseerd op echte echte feiten.  Gelijkenissen van namen in de tekst met die van echte personen berusten op toeval.

Wat staan jullie hier in dit parkje te doen?

‘Wat staan jullie hier in dit parkje te doen?’ vraagt een mij onbekende dame aan Ruud op een nogal verontwaardigde toon.  Ik vind het best een grappige vraag.  Alsof we betrapt zijn op iets dat niet mag.  Het was al de tweede keer dat Ruud en ik van parkje hadden gewisseld, met de zuivere intentie wat bij te babbelen na ons laatste weerzien twee jaar geleden.  Het bewuste parkje is één van de zes groene rechthoekjes die netjes op een rij staan opgesteld.  Een virtuele oase, met welgeteld één boom(pje) en met ons tweeën erbij al bijna helemaal vol.  Aan weerskanten van de ‘parkjes’ bevinden zich rijen open en gesloten parasols evenals rijen houten picknicktafels, ook allemaal netjes naast elkaar.  Zo van het soort dat je nabij natuurgebieden vindt en waar je gezellig, maar oh zo onhandig in- en uitkruipt.  Is dit nu de virtuele versie van Cadzandië? *

De virtuele versie van Cadzandië*

Voortdurend haken mensen af en aan.  Sommigen kijken ongegeneerd rond wie in ons parkje zit en zijn meteen weer weg.  Anderen blijven even zonder iets te zeggen en zijn ook weer weg.  ‘Stoor ik?’ vraagt plots een stem heel beleefd.  Het is Steven, ik had hem eerst niet herkend.  ‘Nee, hé’, zegt Ruud mij vragend aankijkend.  Nog voor ik mijn mond kan openen, ontspint zich al een levendig gesprek tussen de twee.  Ruud tegen Steven: ‘Ik heb je boek gekocht, maar nog niet helemaal gelezen.’ Voltreffer.  Hoe doen die mensen dat toch om op zo’n korte tijd een boek te schrijven, vraag ik me stilletjes af.  Igor, zo blijkt later, is ook een boek aan het schrijven over klimaat, bewustzijn en natuurlijk creativiteit.  ‘Hoe doen jullie dat zo als zelfstandige schijnbaar uit het niets je ding doen’, zeg ik luidop? En er nog voor betaald worden ook, denk ik erbij.

Plots voel ik lichte paniek.  Oh jee, zo dadelijk zal iemand mij vragen hoe het met mij gaat en waar ik mee bezig ben (geweest) en ik weet (nog) niet wat antwoorden.  Help!  Wegwezen, nu.

Na een korte tutorial was ik samen met mijn zelfgekozen avatar door de virtuele poort gegaan.  Eerst nog wat hortend en zoekend hoe ik met de pijltjestoetsen vooruit, achteruit, links of rechts kon gaan.  Ik had lang getwijfeld over de juiste outfit, maar kom, purper, waarom niet?  Compleet met grijze opgestoken haren en bril; zonder die opgestoken haren bijna net mijn echte ik. 

In mijn haast om in te loggen had ik er helemaal niet bij stilgestaan dat ik straks misschien ook zou moeten gaan zeggen waarmee ik bezig ben.  Oh jee, en ik zit net in een dipje; verzopen temidden van al mijn heerlijk creatieve projecten.  Gelukkig was ik al snel Ruud tegengekomen en had ik mij meteen op mijn gemak gevoeld. 

Dat is een lastige

‘Dat is een lastige’, zegt Ruud, wanneer ik hem, als eerste, vraag hoe het gaat?  Aan zijn stem hoor ik dat hij het meent. Haast meteen voegt hij eraan toe dat hij niet mag klagen.  Hij kan het goed vinden met de familie tijdens deze lockdown en ook de opdrachten vinden hem.  Tot daar waren we gekomen toen de andere avatars af en aan kwamen.  En uiteindelijk dus Steven. 

Met ons drieën is het parkje eigenlijk al overvol.  Het is overigens best interessant te weten hoe mensen die normaliter op een podium staan anders omgaan met deze situatie.  ‘Hallo Monica’, zegt Ruud.  ‘Ha, hier zegt iemand mij toch gedag.  In een ander groepje zag niemand mij staan’, zegt Monica duidelijk opgelucht om gezien te worden.  Daar is Liesbeth.  Ze spreekt mijn avatar naam, Inge D, aan : ‘Ik dacht dat Inge Dom er toch was, ook al had ze gezegd dat ze er niet zou bij zijn.’  Ik weet niet echt wat gezegd en denk terug aan die lange ochtendlijke slaapkamer chat met de echte Inge Dom.  Monica is intussen al weer weg.

Even later vertelt Liesbeth over haar moeizame zoektocht naar een stekje.  Iedereen, behalve ik, blijkt te weten dat ze een huis op wielen heeft gebouwd.  Haar tweede, als ik het goed heb begrepen.  Tips te over voor haar van Steven.  Hé wat een leuk spel voor haar.  Hoe doe je dat zonder vast adres leven?  Helemaal van de wereld zijn.  Het lijkt me net iets voor mij, nu.

Intussen sta ik erbij, ben ik er nog en kijk ik ernaar.  Ik wil hier weg, maar wil ook niet onbeleefd lijken.  Bovendien is mijn gesprek met Ruud nog niet af.  Dus ik blijf hangen.  Niemand die mij iets vraagt.  Zo hou ik het nog wel even vol.  Het parkje puilt intussen helemaal uit, moet iedereen nu echt hier zijn?  Kan ik zomaar wegglippen? Allicht niemand die dat zou zien. 

Plots merkt iemand op dat het toch wel wennen is om ergens gewoon bij aan te haken of dag te zeggen.  Met al mijn moed uit het ongrijpbare samengeraapt, kondig ik aan dat ik naar de bar ga.  ‘Ik ga mee’, zegt Ruud tot mijn grote verbazing.  Even later lopen we, zonder al te veel oponthoud, achter elkaar aan naar de bar.  Het doet mij wat denken aan het spelletje pacman, alleen hier geen risico om digitaal opgevreten te worden.  Oef.

Aan de bar blijkt het al druk.  In deze virtuele Gathering setting is het zo dat zodra je in de buurt van een groepje komt, je het aan de gang zijnde gesprek hoort en er als vanzelf midden in valt, met beeld en al.  Je krijgt dan meteen de mensen achter de avatars ook echt te zien en zij jou!  Dit is geen science fiction.  Dit is bitter echt.

Ruud en ik lopen verder, voorbij de zandbak, langs het water met de plezierboot.  Tot we aan een eenzaam tentje komen met daarachter iets wat op moestuinbakken lijkt.  Er is schijnbaar… niemand.  ‘Maar hoe gaat het met jou, Inge?’ vraagt Ruud abrupt.  Ik denk dat ik alle kleuren van de regenboog uitsla en ben plots heel blij met mijn purperen outfit.  Compleet geïdentificeerd met mijn slachtofferrol, me wentelend in mijn eigen ego vertel ik dat ik het zo moeilijk vind om nu te zeggen waarmee ik bezig ben.  Ik pas niet in één kotje.  Ik wil ook niet in een hokje passen, ik wil mijn ding doen, dat borrelende gevoel be-leven, dat oneindige gevoel dat alles kan.  Het is fijn terug bij mezelf te kunnen komen en zonder franjes te kunnen zeggen hoe het echt gaat. 

Wie schrijft, die blijft

‘Ah, dag Hans’, zegt Ruud.  ‘Dag Hans’, zeg ook ik.  Wij kennen elkaar ook al.  Samen blijken we het ideale triootje te vormen waarin we waarden als authenticiteit en creativiteit delen.  ‘Het is pas toen ik mezelf voorstelde als fotograaf, dat ik dat ook werd’, zegt Hans.  Ik luister aandachtig naar zijn verhaal en voel mijn energiepeil langzaam stijgen.  Het is echter pas nadat Ruud me zegt dat hij vindt dat ik gepassioneerd schrijf, dat ik terug uit mijn zelfgegraven put tevoorschijn krabbel.  Ruud is een trouwe lezer van mijn nieuwsbrief en ook mijn ego wil klaarblijkelijk gezien worden.  ‘Zie kunst als middel’, zegt Ruud, ‘niet als doel.’

Even later hoor ik mezelf zeggen dat ik schrijver ben, dat ik het heerlijk vind om te spelen met woorden en dat ik heel graag columns schrijf.  Voilà, ik ga staan.  Achterafgezien plaats ik mezelf dan toch in een hokje, maar dat heb ik op dat moment helemaal niet door.

‘Zou je over je ervaring hier niet willen schrijven?’ vraagt Ruud.  Meteen ben ik klaarwakker.  Ik schrijven?  ‘Maar ik heb bijna alleen nog maar met jou gebabbeld’, pruttel ik wat tegen.  ‘We hebben nog een uur’, zegt Ruud en even later sta ik moederziel alleen aan de tent.  Binnenin borrelt het echter en mijn zintuigen staan op scherp.  Met nog een uurtje voor de boeg wil ik zoveel mogelijk zien en beleven op deze plek.  Ik moet toch wat meer kunnen schrijven dan alleen over mijn gesprek met Ruud.

Jasses, heb het door, hoe is het toch mogelijk?!  Ik ben weer helemaal in mijn diepgeworteld patroon van niet goed genoeg zijn gevallen.  Het goede nieuws is wel dat ik ben gaan staan en dat ik mijn ego weer eens doorzien heb en daarmee los ben van de identificatie met mijn kleine ik.

Meer heb ik niet nodig om in dat uurtje nog het hele terrein af te struinen, zoals ik dat anderen heb zien doen.  Plots zit ik vol energie.  Waar zal ik eerst naar toe gaan?  In de chat lees ik dat er ergens een piano staat.  Leuk, waar zou die zijn?  Ik bekijk nog een keer het plan en loop desondanks nog verscheidene keren tegen een boord aan.  Maar niets houdt mij nog tegen.  Ah, daar, links onder, zit iets dat beweegt.  Het is een kort filmpje waarin iemand met een zak over het hoofd mij aanmoedigt mensen aan te spreken die je niet kent.  De stem lijkt verdacht veel op die van Cyriel.  Oh, ook tof.  Maar toch maar eerst die piano zoeken.

Cyriel (onder de muts), ik (achter mijn scherm) en mijn Inge D avatar (purper grijs figuurtje)

Ik passeer Ilse.  Ze heeft een B&B ergens tegen Bordeaux en Cyriel is er al geweest.  Dat blijkt ook een aanrader te zijn. 

Oh en waar zou Igor zitten?  Op een oproep in de Chat reageert hij niet.  Tja, dan maar niet.  Het eerste beste groepje dat ik tegenkom, vraag ik stoutmoedig zonder te vragen of ik stoor of iemand mij de richting naar de piano kan tonen… ‘Langs het zwembad’ zegt iemand.  Even later, bingo.  Zonder veel notenkennis bak ik er niet veel van.  Hoe zou het zijn om een quatre-mains te spelen?

Dan maar terug verder.  Eens kijken wat er daar boven de moestuin te beleven valt.  Mmmm, een aantal gokmachines op een rij.  Ik ga er aan eentje staan en val pardoes in het groepje waar Noortje bezig is met kunst.  Ah, hier zit de echte Cyriel.  Ik begrijp niet goed wat Noortje aan het creëren is en waarom ze telkens vraagt of ze een screenshot mag nemen.  ‘Ja hoor, mij best’ en dan ga ik maar weer.  Ik vraag nog of er op de boot ook iets te doen is.  Cyriel antwoordt dat als ik het vind, ik het hem mag vertellen.  Ook goed.

Als een vis in… een bokaal

Ah daar ben ik alweer op stap.  Ik loop gezellig langs het water.  Er waait een zoete zeewind.  Op de boot springen lukt niet, maar in een visbokaal wel.  Of toch niet helemaal.  De aanwezige vis zwemt druk heen en weer.  Hij is denk ik ook het noorden kwijt.

Vis in bokaal

Nog even verder neuzen.  Ik maak kennis met Anne en Monica die gezellig aan het babbelen zijn.  Zo, opdracht vervuld.  Wie nog?

Ah, hier zit Igor!  ‘Hoe gaat met je, Igor?’ vraag ik, blij hem toch nog gevonden te hebben.  Hij vertelt o.m. over zijn boek, zie hoger, en ik vraag of de boom er nog staat.  ‘Ja, hoor’, zegt hij en draait zijn scherm om me de prachtige boom in zijn tuin, een echte, te tonen.

‘Heb je al piano gespeeld, Igor?’ vraag ik.  ‘Neen’, zegt ie en even later spelen we warempel een echt duet.  Hij heeft er duidelijk meer verstand van.  We worden echter gehinderd door het gebabbel van een groepje dat vlakbij staat.  ‘Je kan hen ook het zwijgen opleggen’, zegt Igor, ‘door op de micro en het schermpje te klikken’.  Oh tof!  Joeps, voilà, weg.  Handig toch. Oeps en nu is Igor ook weg.  Dat was niet de bedoeling.  Soit.

Ik vind Monica moederziel alleen in de trampolinezaal, althans zo noem ik deze met groen omboorde plek.  ‘Hey Monica’, zeg ik, ‘je bent hier zo alleen.’  ‘Ja, ik ben wat moe van het vele praten’, zegt ze lachend.  ‘Je kan je hier nergens verstoppen.’  Ik kijk rond in het platte landschap op mijn scherm.  ‘Neen, klopt.’ zeg ik. 

Joepie, met z’n allen in de zandbak

‘Eens kijken met hoeveel we in de zandbak kunnen’, roept Cyriel olijk van ergens.  En ook Igor roept op om met z’n allen de zandbak af te zakken voor de afsluiter.  Oh, de afsluiter.  Het is al tijd om naar huis te gaan.

Ik passeer Ilse nog een keer en hoor haar nog steeds vertellen over haar gites en de jonge gasten die… maar nu eerst naar de zandbak.

Daar aangekomen stelt iemand voor om in een vierkant te gaan staan.  Daar gaan we dan.  Nog niet zo evident.  ‘Is het gelukt?’ vraagt iemand tussendoor aan Noortje.  ‘Neen,’ zegt ze.  Ik weet nog altijd niet waar ze mee bezig is.  Heb wel ergens iets roods over een grijze achtergrond zien drijven.  Zou dat het kunstwerk zijn waarover ze het eerder had?

Ik voel mij nu in ieder geval helemaal thuis, als een vis in ‘t water, ook al is dit een virtuele zandbak.  Het voelt een beetje als de sfeer van Cadzandië.  Alles kan.  Niets moet.

De druiventros

Hé, het lijkt of ik zit hier nog enkel met de organisatoren.  Oei, ‘waar is de uitgang hier?’  ‘Achter de druiventros linksboven’, klinkt het.  Wat een idee, een druiventros.  Ik zwaai nog even, rep me ernaar toe en klik, ik ben weer alleen bij mezelve.  Weg zandbak, weg boot en visbokaal.  We zijn warempel 3 uur later.  Even ben ik beduusd en kijk om me heen naar de mijn vertrouwde omgeving.  Alles staat nog precies op dezelfde plaats.  Wat een heerlijke ervaring!  Wat een intens gesprek en wat technisch vernuft toch kunnen doen.  Ik voel me herboren en kan er weer helemaal tegenaan. 

In een impuls neem ik pen en papier en begin op de ouderwetse manier al mijn indrukken van deze virtuele editie van de Toevallige Ontmoeting in Cadzandië neer te pennen.  Het resultaat hebt u net gelezen.  Ik ben immers een schrijver.  Ja toch, Ruud!?

Inge Denayer, schrijver én oh zo veel meer

*Voor de niet-ingewijden: Cadzandië is een bestaand centrum voor groepen van 20 – 150 mensen gelegen midden in een natuurgebied, nabij Cadzand aan de Belgisch-Nederlandse grens.  Dankzij de bevriende uitbater, Björn, en het Igor-team-brein ontmoeten vooraf uitgenodigde mensen elkaar daar ‘live’.  Het heet de Toevallige Ontmoeting.  Er is immers geen vooropgezet programma, het programma ontstaat als het ware uit wat de deelnemers zelf aanbrengen.  Ik was één van de genodigden. Dit was de eerste virtuele ontmoeting, na 3 live-versies.

Woorden
Column nav De Toevallige Ontmoeting // 13 maart 2021
silhouette of woman holding hat in blue and gray nebula

t' Is aan u nu...

Wil je iets, iemand of jezelf laten stralen?

Contacteer me dan vrijblijvend